Gedragscode HSVOG

GEDRAGSCODE HSV ONS GENOEGEN VRIJWILLIGERS & BESTUURSLEDEN

Veel grenzen in het contact tussen (vrijwillige) medewerkers en minderjarige leden/deelnemers aan de activiteiten van de HSV Ons Genoegen zijn niet eenduidig. Het ene kind wil even op schoot zitten als het troost zoekt, het andere kind heeft behoefte aan een aai over de bol en weer een ander kind vindt het niet prettig om aangeraakt te worden. 

Hierover kunnen nooit exacte grenzen worden afgesproken die voor alle kinderen en in alle situaties gelden. Dat is maar goed ook, want voor veel kinderen is dichtbijheid en lichamelijk contact een voorwaarde om te groeien. Maar er is wel één heel duidelijke grens en dat is de grens dat seksuele handelingen en contacten tussen (jong)volwassen medewerkers en minderjarigen, die bij ons komen, absoluut ontoelaatbaar zijn! 

Daarom hebben wij als HSV Ons Genoegen voor al onze (vrijwillige) medewerkers een gedragscode opgesteld. 

De gedragscode bestaat uit twee delen:
1.regels die bijdragen aan een open, transparante en veilige omgeving voor kinderen.
2.vrijwilligers en de omschrijving van seksueel grensoverschrijdend gedrag die het uitgangspunt is van het tucht- en sanctiebeleid dat door de organisatie wordt gevoerd. 

Wanneer je bij ons komt werken, als vrijwilliger, stagiair(e) of als betaalde kracht, vragen wij je deze gedragscode te ondertekenen. Hiermee verklaar je dat je de gedragscode kent en volgens de gedragscode zult handelen. 

1.DE GEDRAGSREGELS VOOR (VRIJWILLIGE) MEDEWERKERS:

1.De begeleider moet zorgen voor een omgeving en een sfeer waarbinnen de minderjarige zich veilig en gerespecteerd voelt. 
2.De begeleider onthoudt zich ervan de pupil te bejegenen op een wijze die de minderjarige in zijn waardigheid aantast. 
3.De begeleider dringt niet verder door in het privéleven van de minderjarige dan functioneel noodzakelijk is. 
4.De begeleider onthoudt zich van elke vorm van seksuele benadering en misbruik ten opzichte van de minderjarige. Alle seksuele handelingen, handelingen, contacten en –relaties tussen begeleider en minderjarige tot 16 jaar zijn onder geen beding geoorloofd en worden beschouwd als seksueel grensoverschrijdend gedrag. 
5.De begeleider mag de minderjarige niet op zodanige wijze aanraken, dat deze aanraking naar redelijke verwachting als seksueel of erotisch van aard ervaren zal worden. 
6.De begeleider zal tijdens trainingsdagen, kampen, reizen, uitjes en dergelijke zeer terughoudend en met respect omgaan met minderjarigen en de ruimtes waarin zij zich bevinden, zoals de kleedkamer of hotelkamer.
7.De begeleider heeft de plicht de minderjarige naar vermogen te beschermen tegen vormen van ongelijkwaardige behandeling en seksueel grensoverschrijdend gedrag en zal er actief op toezien dat de gedragscode door ieder¬een die bij de minderjarige is betrokken, wordt nageleefd. 
8.Indien de begeleider gedrag signaleert dat niet in overeenstemming is met deze gedragscode en bij vermoedens van seksueel grensoverschrijdend gedrag, is hij verplicht hiervan melding te maken bij de daarvoor door het be¬stuur aangewezen personen. 
9.De begeleider krijgt of geeft geen (im)materiële vergoedingen die niet in de rede zijn. 
10.In die gevallen waar de gedragscode niet (direct) voorziet, of bij twijfel over de toelaatbaarheid van bepaalde gedragingen ligt het binnen de verantwoordelijkheid van de begeleider in de geest van de gedragscode te handelen en zo nodig daarover in contact te treden met een door het bestuur aangewezen persoon. 

2.OMSCHRIJVING SEKSUEEL GRENSOVERSCHRIJDEND GEDRAG MET MINDERJARIGEN EN SANCTIEBELEID 

Onder seksueel grensoverschrijdend gedrag met minderjarigen verstaan wij: Elke vorm van seksueel gedrag of seksuele toenadering, in verbale, non-verbale of fysieke zin, opzettelijk of onopzettelijk, die door de persoon die het ondergaat als ongewenst of gedwongen wordt ervaren; en / of plaatsvindt binnen een ongelijke machtsverhouding (volwassene-kind, hulpverlener-cliënt, leerkracht-leerling, trainer-pupil, leiding-jeugdlid, e.d.); en / of andere handelingen of gedragingen die strafbaar zijn volgens het Wetboek van Strafrecht. 

Gedragingen die volgens de bovenstaande omschrijving vallen onder seksueel grensoverschrijdend gedrag met minderjarigen, kunnen worden gesanctioneerd door een tuchtrechtprocedure waarin hoor en wederhoor zal plaatsvinden. De sancties bestaan uit het voor korte of langere tijd uitsluiten van vrijwilligerswerk met minderjarigen door persoonsgegevens in een centraal register op te nemen. 
Seksueel grensoverschrijdende gedragingen met minderjarigen waarvan het bestuur oordeelt dat deze vallen onder het Wetboek van Strafrecht, zullen bij politie/justitie worden gemeld. 

Deze gedragscode is opnieuw in 2017 vastgesteld door het dagelijks bestuur van HSV Ons Genoegen Hengelo.


De ondertekenaar verklaart de gedragscode te hebben gelezen en zich te houden aan de gedragscode en verklaart tevens de op de opeenvolgende pagina’s staande toelichting gedragscode te hebben gelezen en hier naar te handelen.

Datum:                                                                                                                   Datum:
Naam:                                                                                                                    Naam:
Ondertekening vrijwilliger:                                                                                 Ondertekening Bestuur HSVOG:





TOELICHTING GEDRAGSCODE

1. De begeleider moet zorgen voor een omgeving en een sfeer waarbinnen de pupil zich veilig en gerespecteerd voelt. Het kind moet worden gerespecteerd. Er mag geen onderscheid worden gemaakt naar of nadruk worden gelegd op godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, seksuele gerichtheid, culturele achtergrond, leeftijd of lichamelijke kenmerken.
Dat betekent dat het kind zich zowel tijdens de activiteiten van de vereniging, maar ook daarbuiten - bijvoorbeeld in het clubhuis, in de kleedruimtes of kantine - veilig moet voelen en het gevoel moet hebben dat hij zich - letterlijk - vrij kan bewegen.

2. De begeleider onthoudt zich ervan de pupil te bejegenen op een wijze die de pupil in zijn waardigheid aantast. Dit betekent dat je een kind / jongere nooit op een manier bejegent die hem in zijn waardigheid aantast. Je onthoudt je van discriminerende, kleinerende of (seksueel) intimiderende
opmerkingen en gedragingen. Dit geldt tijdens werktijd, maar ook daarbuiten, tijdens alle activiteiten die door of namens de vereniging worden georganiseerd. 

3. De begeleider dringt niet verder door in het privéleven van de pupil dan nodig. In het vrijwilligerswerk komt het veel voor dat men kinderen ook kent vanuit sociale contacten. Maar de begeleider is binnen de vereniging altijd de verantwoordelijke. Binnen de vereniging gaat het niet om vriendschap of andere sociale relatie, maar om de relatie begeleider – pupil. Het is belangrijk dat de begeleider zich bewust is van zijn positie, die ook buiten de vereniging door kan spelen. Het gaat erom dat de begeleider gepaste afstand houdt en niet verder doordringt in het privéleven van de pupil dan nodig is voor het gezamenlijk gestelde doel (activiteit) van de vereniging. Bijvoorbeeld: het onnodig vragen stellen over het privéleven, persoonlijke afspraakjes maken, contact opnemen met het kind buiten de activiteiten van de vereniging om, enzovoort.

4. De begeleider onthoudt zich van elke vorm van seksueel misbruik ten opzichte van de pupil: alle seksuele handelingen, contacten en relaties tussen begeleider en pupil tot 18 jaar zijn onder geen beding geoorloofd en worden beschouwd als seksueel misbruik. De begeleider mag zijn positie en relatie nooit gebruiken voor doeleinden ten eigen nutte die in strijd zijn met zijn verantwoordelijkheid, of die de grenzen van de relatie overschrijden. Hierbij kan worden gedacht aan:
• een seksueel / erotisch geladen sfeer scheppen; 
 • seksueel getinte opmerkingen en insinuaties, zoals grof taalgebruik of schuine moppen;
• het stellen van vragen over seks, bijvoorbeeld over masturbatie, frequentie en vormen van vrijen;
• de pupil op een niet-functionele wijze bekijken en aanraken waarbij de ogen of handen zijn gericht op de geslachtskenmerken;
• bevrediging van de eigen seksuele verlangens. Alle seksuele handelingen en relaties tussen medewerkers en kinderen / jongeren tot 18 jaar, of met iemand met een ontwikkelingsachterstand, zijn ontoelaatbaar en strafbaar volgens artikel 249 Wetboek van Strafrecht.
Tussen volwassenen en kinderen / jeugdigen is sprake van een natuurlijk overwicht en dus een machtsverschil. Een kind kan daardoor zaken moeilijker weigeren, of overzien waar het om gaat. Het is aan de volwassene om de grenzen te bewaken. Dit geldt ook voor mensen met een ontwikkelingsachterstand / verstandelijke beperking. De kalenderleeftijd vormt bij hen geen criterium, maar het feit dat zij een achterstand hebben in de verstandelijke en/of emotionele en sociale ontwikkeling. 

Dit betekent dat de begeleider: 
• nooit seksuele toenadering zoekt tot kinderen/jongeren en/of een seksueel of erotisch geladen sfeer schept (bijvoorbeeld door het laten zien van porno, of de eigen geslachtsorganen);
• een kind/jongere nooit gebruikt voor bevrediging van de eigen seksuele en/of agressieve verlangens;
• nooit (met seksueel gedrag) mag ingaan op verliefde gevoelens, seksuele verlangens of fantasieën van de pupil óók niet wanneer hij/zij je daartoe lijkt uit te nodigen, dan wel onomwonden uitnodigt;
• wanneer er een erotisch/seksueel geladen sfeer mocht ontstaan, of zou kunnen ontstaan, tussen de begeleider en de pupil, de begeleider afstand neemt en de situatie bespreekbaar maakt met de leiding of vertrouwenspersoon;
• wanneer bij de begeleider gevoelens van verliefdheid, maar ook afkeer of agressie ontstaan t.o.v. het kind / de jongere, neemt de begeleider afstand en maakt de situatie bespreekbaar met de leiding of vertrouwens(contact)persoon. 

5. De begeleider mag de pupil niet op zodanige wijze manier aanraken, dat deze aanraking naar redelijke verwachting als seksueel of erotisch van aard ervaren zal worden.
Uitgangspunt is dat de pupil het als seksueel getint ervaart. Bijvoorbeeld: het te lang vasthouden van een hand bij begroeten of afscheid nemen, iemand naar je toetrekken, je tegen het kind / de jongere aandrukken, een tongzoen geven, aanraken van billen en borsten, enzovoort. Functionele aanrakingen zijn soms noodzakelijk (een jonge of gehandicapte pupil helpen bij het naar de wc gaan) of wenselijk (een pupil troosten) en mits daar geen misbruik van gemaakt wordt, toegestaan. De begeleider moet er voor zorgen dat daar waar lichamelijk contact noodzakelijk en functioneel is, dit contact of deze aanraking niet verkeerd - in de zin van seksueel getint of intimiderend - kan worden geïnterpreteerd. De begeleider houdt bij lichamelijk contact rekening met grenzen die de pupil aangeeft, leeftijd, ontwikkelingsniveau, achtergronden, de specifieke situatie en wat maatschappelijk en/of cultureel als aanvaardbaar wordt gezien. 

6. De begeleider zal tijdens bijeenkomsten, trainingsdagen, kampen, reizen, uitjes en dergelijke zeer terughoudend en met respect omgaan met pupillen en de ruimtes waarin zij zich bevinden, zoals de kleedkamer of hotelkamer. Gereserveerd en met respect betekent in dit beval bijvoorbeeld dat: 
• begeleider en pupil bij voorkeur niet met zijn tweeën op reis gaan, maar met bijvoorbeeld een extra begeleider of meerdere pupillen; 
• begeleider en pupil in een één op één situatie niet op één kamer slapen; er zijn minstens 2 begeleiders op een groep kinderen; 
• gereserveerd en met respect omgaan met de ruimtes waarin de kinderen zich bevinden, betekent dat de pupil zich daar veilig moet voelen, zijn privacy gewaarborgd is en sociale controle niet is uitgesloten. Hierbij kan onder andere worden gedacht aan: 
• niet zonder aankondiging de kleedkamer of de hotelkamer betreden en bijvoorkeur in gezelschap van een andere volwassene; 
• de deur open laten staan na het binnentreden, tenzij duidelijk is dat beiden behoefte hebben aan een zekere privacy;
• gesprekken met het kind in een neutrale ruimte worden gehouden (niet in kleedruimte, slaap- of hotelkamer).

7. De begeleider heeft de plicht de pupil naar vermogen te beschermen tegen vormen van ongelijkwaardige behandeling en seksueel (machts)misbruik en zal er actief op toezien dat de gedragscode door iedereen die bij de pupil is betrokken, wordt nageleefd.
De begeleider heeft binnen zijn mogelijkheden de verantwoordelijkheid voor de veiligheid en het welzijn van de pupil. Indien de begeleider grensoverschrijdend gedrag signaleert is hij verantwoordelijk het ongewenste gedrag te (doen laten) stoppen en te zorgen voor de veiligheid van het kind. De begeleider is alert op signalen die kunnen wijzen op seksueel misbruik / overtreding van de gedragscode.

8. Indien de begeleider gedrag signaleert dat niet in overeenstemming is met deze gedragscode / bij vermoedens van seksueel misbruik, is hij verplicht hiervan melding te maken bij de daarvoor aangewezen personen. Alle vermoedens of constateringen van seksueel misbruik moeten worden gemeld. Het kan zijn dat een pupil een begeleider in vertrouwen neemt en vertelt dat iemand hem/haar misbruikt. De begeleider belooft in een dergelijk geval geen geheimhouding. Feiten van vertrouwelijke aard, aan jou toevertrouwd, moeten te allen tijde worden gerespecteerd. Maar wanneer de belangen van de pupil in het geding zijn, dient de begeleider hiervan melding te maken of tenminste een derde te raadplegen. Indien enigszins mogelijk gebeurt dit in overleg met de pupil.

9. De begeleider mag geen (im)materiële vergoedingen geven of krijgen die niet in de rede zijn. Door vergoedingen dreigen de objectiviteit van het handelen en de onafhankelijke positie van de begeleider en die van de pupil in het gedrang te komen. Hierdoor kan een voedingsbodem ontstaan voor (seksueel) machtsmisbruik.

10. In die gevallen waar de gedragscode niet (direct) voorziet, of bij twijfel over de toelaatbaarheid van bepaalde gedragingen ligt het binnen de verantwoordelijkheid van de begeleider in de geest van de gedragscode te handelen. Dit betekent dat de begeleider ook alert is op gedragingen die niet direct als seksueel misbruik of intimidatie zijn te betitelen, maar wel als grensoverschrijdend worden ervaren. Ook in dit geval is het belangrijk dat passende maatregelen worden genomen, zoals het aanspreken van de persoon in kwestie. Desgewenst kan de begeleider de in het protocol genoemde personen raadplegen.